Mobiliteit speelt een grote rol in de zorg, zowel voor de cliënt als voor de zorgverlener. Om de mate van mobiliteit goed in kaart te brengen en de juiste zorg te bieden, wordt gebruikgemaakt van mobiliteitsklassen. Deze indeling helpt om de mate van zelfstandigheid van een cliënt te bepalen en geeft aan welke hulpmiddelen en ondersteuning nodig zijn om de zorg veilig en verantwoord uit te voeren. Hieronder volgt een uitleg van elke mobiliteitsklasse.
Cliënten in Mobiliteitsklasse A kunnen zich zelfstandig verplaatsen en hebben weinig tot geen hulp nodig bij hun dagelijkse activiteiten. Dit betekent dat er voor de zorgverlener geen risico op fysieke overbelasting is. De cliënt blijft actief en het is belangrijk om deze mobiliteit te onderhouden. Beweging draagt namelijk bij aan het behoud van spierkracht, stabiliteit en zelfstandigheid.
Cliënten in Mobiliteitsklasse B zijn over het algemeen nog vrij zelfstandig, maar hebben hulp nodig bij transfers (bijvoorbeeld van bed naar stoel) en sommige dagelijkse activiteiten (ADL, zoals wassen en aankleden). De zorgverlener hoeft hierbij meestal geen zware fysieke inspanning te leveren. Vaak is lichte ondersteuning of het geven van aanwijzingen voldoende.
Soms worden kleine hulpmiddelen gebruikt, zoals een papegaai (een hulpmiddel boven het bed om zichzelf omhoog te trekken) of een draaischijf om veilig te draaien. Het stimuleren van beweging blijft belangrijk om verdere achteruitgang te voorkomen.
Cliënten in Mobiliteitsklasse C hebben een beperkte mobiliteit en kunnen dagelijkse activiteiten en transfers niet zelfstandig uitvoeren. Zonder hulpmiddelen zou de zorgverlener fysiek te zwaar belast worden. Daarom is het nodig om hulpmiddelen te gebruiken die de zorg vergemakkelijken en de cliënt toch actief houden. Voorbeelden hiervan zijn een actieve tillift of stalift, waarmee de cliënt gedeeltelijk ondersteunt wordt tijdens een transfer.
Deze cliënten hebben vaak enige rompbalans en kunnen meestal nog op ten minste één been steunen. Het is belangrijk om de resterende mogelijkheden te stimuleren en verdere achteruitgang te vertragen.
Cliënten in Mobiliteitsklasse D zijn nauwelijks mobiel en kunnen geen transfers of ADL-activiteiten zelfstandig uitvoeren. Zonder hulpmiddelen zou de zorgverlener fysiek overbelast raken. Daarom worden er hulpmiddelen ingezet die de handelingen grotendeels overnemen. Een veelgebruikt hulpmiddel in deze klasse is de passieve tillift, waarmee de cliënt volledig wordt ondersteund bij het verplaatsen.
Cliënten in deze klasse hebben onvoldoende rompbalans en kunnen niet op hun benen steunen. Ook kinderen die volledig getild moeten worden en meer dan 12 kilo wegen, vallen in deze klasse. Hoewel de cliënt weinig actief is, blijft het belangrijk om enige mate van beweging te stimuleren om complicaties zoals doorligwonden (decubitus) of gewrichtsverstijving (contracturen) te voorkomen.
Cliënten in Mobiliteitsklasse E hebben vrijwel geen eigen mobiliteit meer en kunnen niet zelfstandig bewegen of transfers uitvoeren. Ze zijn vaak bedlegerig en hebben een grote kans op stijfheid en contracturen. Zonder hulpmiddelen zou de zorgverlener zwaar fysiek belast worden. Daarom worden hulpmiddelen ingezet die alle handelingen volledig overnemen. Het doel is hier niet meer om mobiliteit te stimuleren, maar om de best mogelijke zorg te verlenen en complicaties van immobiliteit zoveel mogelijk te voorkomen. Hierbij ligt de focus op comfort en het beperken van problemen zoals doorligwonden.
Het correct inschatten van de mobiliteitsklasse van een cliënt is essentieel om passende zorg te bieden. Het voorkomt overbelasting bij zorgverleners en zorgt ervoor dat cliënten zo actief mogelijk blijven, passend bij hun mogelijkheden. Daarnaast helpt het om te bepalen welke hulpmiddelen nodig zijn om transfers en ADL-activiteiten veilig en comfortabel uit te voeren.
Mobiliteit speelt een grote rol in de kwaliteit van leven van cliënten. Door de juiste ondersteuning en hulpmiddelen te bieden, kan de zelfstandigheid van een cliënt zo lang mogelijk behouden blijven. Tegelijkertijd helpt het zorgverleners om hun werk veilig en ergonomisch verantwoord uit te voeren. Mobiliteitsklassen zijn dus een belangrijke leidraad binnen de zorg.

Bezoek onze zorg indicator webstie en ontdek met de zorg indicator welke zorg en hulpmiddelen het beste passen bij de specifieke zorgbehoeften van elke zorgfase.
Mobiliteit speelt een grote rol in de zorg, zowel voor de cliënt als voor de zorgverlener. Om de mate van mobiliteit goed in kaart te brengen en de juiste zorg te bieden, wordt gebruikgemaakt van mobiliteitsklassen. Deze indeling helpt om de mate van zelfstandigheid van een cliënt te bepalen en geeft aan welke hulpmiddelen en ondersteuning nodig zijn om de zorg veilig en verantwoord uit te voeren. Hieronder volgt een overzicht van de verschillende mobiliteitsklassen.
Cliënten in Mobiliteitsklasse A kunnen zich zelfstandig verplaatsen en hebben weinig tot geen hulp nodig bij hun dagelijkse activiteiten. Dit betekent dat er voor de zorgverlener geen risico op fysieke overbelasting is. De cliënt blijft actief en het is belangrijk om deze mobiliteit te onderhouden. Beweging draagt namelijk bij aan het behoud van spierkracht, stabiliteit en zelfstandigheid.
Cliënten in Mobiliteitsklasse B zijn over het algemeen nog vrij zelfstandig, maar hebben hulp nodig bij transfers (bijvoorbeeld van bed naar stoel) en sommige dagelijkse activiteiten (ADL, zoals wassen en aankleden). De zorgverlener hoeft hierbij meestal geen zware fysieke inspanning te leveren. Vaak is lichte ondersteuning of het geven van aanwijzingen voldoende.
Soms worden kleine hulpmiddelen gebruikt, zoals een papegaai (een hulpmiddel boven het bed om zichzelf omhoog te trekken) of een draaischijf om veilig te draaien. Het stimuleren van beweging blijft belangrijk om verdere achteruitgang te voorkomen.
Cliënten in Mobiliteitsklasse C hebben een beperkte mobiliteit en kunnen dagelijkse activiteiten en transfers niet zelfstandig uitvoeren. Zonder hulpmiddelen zou de zorgverlener fysiek te zwaar belast worden. Daarom is het nodig om hulpmiddelen te gebruiken die de zorg vergemakkelijken en de cliënt toch actief houden. Voorbeelden hiervan zijn een actieve tillift of stalift, waarmee de cliënt gedeeltelijk ondersteunt wordt tijdens een transfer.
Deze cliënten hebben vaak enige rompbalans en kunnen meestal nog op ten minste één been steunen. Het is belangrijk om de resterende mogelijkheden te stimuleren en verdere achteruitgang te vertragen.
Cliënten in Mobiliteitsklasse D zijn nauwelijks mobiel en kunnen geen transfers of ADL-activiteiten zelfstandig uitvoeren. Zonder hulpmiddelen zou de zorgverlener fysiek overbelast raken. Daarom worden er hulpmiddelen ingezet die de handelingen grotendeels overnemen. Een veelgebruikt hulpmiddel in deze klasse is de passieve tillift, waarmee de cliënt volledig wordt ondersteund bij het verplaatsen.
Cliënten in deze klasse hebben onvoldoende rompbalans en kunnen niet op hun benen steunen. Ook kinderen die volledig getild moeten worden en meer dan 12 kilo wegen, vallen in deze klasse. Hoewel de cliënt weinig actief is, blijft het belangrijk om enige mate van beweging te stimuleren om complicaties zoals doorligwonden (decubitus) of gewrichtsverstijving (contracturen) te voorkomen.
Cliënten in Mobiliteitsklasse E hebben vrijwel geen eigen mobiliteit meer en kunnen niet zelfstandig bewegen of transfers uitvoeren. Ze zijn vaak bedlegerig en hebben een grote kans op stijfheid en contracturen. Zonder hulpmiddelen zou de zorgverlener zwaar fysiek belast worden. Daarom worden hulpmiddelen ingezet die alle handelingen volledig overnemen. Het doel is hier niet meer om mobiliteit te stimuleren, maar om de best mogelijke zorg te verlenen en complicaties van immobiliteit zoveel mogelijk te voorkomen. Hierbij ligt de focus op comfort en het beperken van problemen zoals doorligwonden.
Het correct inschatten van de mobiliteitsklasse van een cliënt is essentieel om passende zorg te bieden. Het voorkomt overbelasting bij zorgverleners en zorgt ervoor dat cliënten zo actief mogelijk blijven, passend bij hun mogelijkheden. Daarnaast helpt het om te bepalen welke hulpmiddelen nodig zijn om transfers en ADL-activiteiten veilig en comfortabel uit te voeren.
Mobiliteit speelt een grote rol in de kwaliteit van leven van cliënten. Door de juiste ondersteuning en hulpmiddelen te bieden, kan de zelfstandigheid van een cliënt zo lang mogelijk behouden blijven. Tegelijkertijd helpt het zorgverleners om hun werk veilig en ergonomisch verantwoord uit te voeren. Mobiliteitsklassen zijn dus een belangrijke leidraad binnen de zorg.

Bezoek onze zorg indicator webstie en ontdek met de zorg indicator welke zorg en hulpmiddelen het beste passen bij de specifieke zorgbehoeften van elke zorgfase.
| Cookie | Duration | Description |
|---|---|---|
| cookielawinfo-checkbox-analytics | 11 months | This cookie is set by GDPR Cookie Consent plugin. The cookie is used to store the user consent for the cookies in the category "Analytics". |
| cookielawinfo-checkbox-functional | 11 months | The cookie is set by GDPR cookie consent to record the user consent for the cookies in the category "Functional". |
| cookielawinfo-checkbox-necessary | 11 months | This cookie is set by GDPR Cookie Consent plugin. The cookies is used to store the user consent for the cookies in the category "Necessary". |
| cookielawinfo-checkbox-others | 11 months | This cookie is set by GDPR Cookie Consent plugin. The cookie is used to store the user consent for the cookies in the category "Other. |
| cookielawinfo-checkbox-performance | 11 months | This cookie is set by GDPR Cookie Consent plugin. The cookie is used to store the user consent for the cookies in the category "Performance". |
| viewed_cookie_policy | 11 months | The cookie is set by the GDPR Cookie Consent plugin and is used to store whether or not user has consented to the use of cookies. It does not store any personal data. |